
Geschreven door Laurie Bastemeijer
De Nederlandse onderwijsmarkt is een soort Wilde Westen. Methodemakers, toets- en volgsysteemaanbieders en andere commerciële organisaties concurreren met elkaar om de aandacht van leerkrachten en, nog belangrijker, de schoolbesturen die de aanschaf van nieuw materiaal betalen. Elke methode claimt dat zij het best en het meest geschikt zijn. Zie je in dit overwoekerde oerwoud van materiaal maar eens wegwijs te maken, zeker als je niet precies weet waar je op moet letten.
Als je de kritiek op het leesonderwijs een beetje bijhoudt, zul je gezien hebben dat er vaak naar methodemakers gewezen wordt in het gesprek over de leescrisis. De teksten in de methodes zijn vaak te kort en te taalarm, ze leren de leerlingen ‘trucjes’ in plaats van goed en diep lezen, of ze hameren zo zwaar op de strategieën dat de leerlingen geen enkel plezier uit hun leesles meer halen. Onderzoek naar de kwaliteit van methodes wordt nauwelijks gedaan.[1]
Waar moet een methode aan voldoen om succesvol te worden in Nederland? Het antwoord op die vraag is onduidelijk. Het schijnt dat onderwijskundige kwaliteit bij de zoektocht naar een leesmethode voor veel scholen niet het belangrijkste criterium is.[2] Wat er wel gebeurt, is een lastige wisselwerking tussen commerciële aanbieders van methodes en toetsen en onderwijzers. Leerkrachten zien dat leerlingen moeite hebben met lange, lastige teksten en via panels sijpelt dit naar de toetsaanbieder. Die maakt vervolgens toetsen met steeds kortere teksten, de methodes passen zich hier op aan, de leerlingen gaan als gevolg nog minder goed lezen en hebben er nog minder plezier in, dus moeten scholen op zoek naar weer een nieuwe methode: eentje die nóg leuker, speelser, knutseliger en vermakelijker is dan de vorige.
Actief Leren Lezen staat natuurlijk niet buiten dit marktspel. Laten we wel wezen: ook wij proberen een methode te verkopen. Wat we wel willen voorkomen, is dat we een methode maken waarbij je ‘leest om te toetsen’. We willen dat leerlingen lezen om nog beter te leren lezen. En daar hoort wat ons betreft niet het markeren van een kernzin of het raden van informatie buiten de tekst bij. En ook niet het lezen van verarmde tekstjes met slechts een paar regels tekst, zeker niet in de midden- en bovenbouw. Onze lesboeken staan daarom vol met langere leesteksten, met een eenvoudige opmaak.
Het is best spannend, zo’n soort methode op de markt brengen. We krijgen op beurzen regelmatig te horen: ‘de lesboeken zien er saai uit’ of ‘dit spreekt kinderen niet aan’. Wat ons betreft is dat een aangeprate leesangst die is ontstaan uit lage verwachtingen. Als je in je voorbeeldfunctie als leerkracht besluit dat een ‘kale’ tekst van drie of vier pagina’s niet haalbaar is, hoe moet een leerling dan het leeszelfvertrouwen opbouwen dat hij of zij zoiets kan lezen? En dat terwijl te lage verwachtingen hebben van leerlingen een negatief effect heeft op hun welbevinden, leerproces en ook op de kansengelijkheid in de klas.[3] Stimulering op school is ontzettend belangrijk, en laten zien dat lange teksten niet saai of eng zijn ook.
ALL ontwikkelt momenteel nieuw materiaal voor groep 6. Leerkrachten testen onze teksten, die soms wel 1200 woorden of langer zijn (dat is een bladzijde of vijf in een lesboek). Zelfs wij vroegen ons af: is dit niet té lang? Maar in de evaluaties krijgen wij dat commentaar eigenlijk nauwelijks terug. Leerlingen die al met ALL werkten en in de vorige leerjaren geleerd hebben om langere teksten te lezen, laten zich niet zo snel afschrikken. En juist dankzij die lengte kunnen we bijvoorbeeld diepere lagen in een verhaal aanbrengen en wordt de tekst de moeite waard: een mooi fundament om over te kunnen napraten, op voort te kunnen borduren en van te kunnen leren. Dat is niet saai, dat is waar leesonderwijs om draait!
In alle eerlijkheid: een methode is niet wat je leesonderwijs zal maken of breken. Uit zowat elk onderzoek naar leesonderwijs blijkt dat de rol van de leerkracht verreweg het belangrijkst is. Wat dat betreft zal het voor een goede leerkracht niet zoveel uitmaken of ze met ALL werken, met een van onze concurrenten of helemaal zonder methode, want een bevlogen leerkracht kan een klas motiveren, kan de leesles interessant maken en kan mooie bijpassende boeken aanraden. Maar als je dat als leerkracht dan toch aan het doen bent, dan wat ons betreft het liefst met mooie, lange en rijke teksten.
[1]Anne Luc van der Vegt, ‘Het beste recept voor begrijpend lezen’ in Omdat lezen loont: Op naar effectief leesonderwijs in Nederland(Amsterdam: Pica, 2022).
[2]Van der Vegt, 2022.
[3]Lisa Gaikhorst et al., ‘Lesgeven vanuit hoge verwachtingen’ door Werkplaats onderwijsonderzoek Amsterdam, 2022.
Op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!
HELPDESK & CONTACT
Maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur
Tel: 030 – 743 10 66 info@actieflerenlezen.nl
Kluitman Educatief B.V.
Bezoekadres:
Driebergseweg 2
3708 JB Zeist
030 – 743 10 66
ACTIEF LEREN LEZEN
© 2025 Actief Leren Lezen