In de serie ‘De leescrisis in het onderwijs’ schrijven hoogleraar Yra van Dijk en docent Nederlands Marie-José Klaver over de actuele crises in het lees- en literatuuronderwijs. In het tweede en derde stuk uit de serie gaat het onder andere over de invloed van ‘verknutseling’ op de groeiende ongelijkheid tussen verschillende leerlingen in het Nederlands onderwijs. Het onderwijs blijkt er – ondanks vele bevlogen leerkrachten – niet in te slagen om de verschillen recht te trekken. Sterker nog: het komt vaak voor dat de kloof tijdens de schooltijd alleen maar groter wordt.

“Het verschil in leesvaardigheid tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders is in vijftien jaar met ruim tachtig procent toegenomen, blijkt uit het Pisa-onderzoek.” – Van Dijk en Klaver

Klaver en Van Dijk wijzen erop dat de verknutseling van het leesonderwijs, hoe goedbedoeld ook, juist kinderen met een leesachterstand treft. De auteurs bespreken vooral de situatie in het voortgezet onderwijs, maar het verschil begint al op de basisschool. Bij veel leesopdrachten komt het lezen zelf eigenlijk nauwelijks meer aan bod. Terwijl leren met lange teksten om te gaan juist helpt bij het ontwikkelen van een gestructureerde, gedisciplineerde manier van denken. Dit soort vaardigheden zijn de rest van je leven nuttig bij alles wat je doet. Het feit dat zeker kinderen voor wie de verwachtingen laag zijn zelden worden uitgedaagd, is “verwaarlozing vermomd als bescherming”, volgens Van Dijk en Klaver.

“‘Herkennende en belevende’ leesdidactiek begint al in het basisonderwijs, waar leerlingen gevraagd wordt knutselwerkjes te maken van personages uit jeugdboeken (…) een opdracht voor groep 3 die uit tien minuten voorlezen en luisteren en zestig minuten knutselen bestaat.” – Van Dijk en Klaver

Het aanbieden van creatieve verwerkingsopdrachten is natuurlijk vaak leuk en motiverend voor de leerlingen. Het moet alleen niet in plaats komen van zorgvuldig en goed leesonderwijs. Daarom bieden we bij Actief Leren Lezen creatieve verwerkingsopdrachten aan naast onze rijke leesmodules. Tijdens de leesles staat de tekst centraal. De leerlingen moeten nauwkeurig lezen, bespreken de tekst altijd na, en gaan inhoudelijk op de tekst in. Daarnaast wordt er elke les een kwartier tijd vrijgemaakt om zelfstandig in de leesboeken uit de Boekenkast te lezen. Zo wennen leerlingen vanaf het begin aan het maken van leeskilometers, en krijgen ze geen ‘leesvrees’. Actief Leren Lezen wil daarmee ook voorkomen dat leerlingen, die van huis uit minder leeservaring hebben, achterblijven. Zij werken met hetzelfde materiaal als hun klasgenoten, uiteraard in een tempo dat bij hen past.

Delen op social media