Interview met Carlijn Pereira

Welkom bij de podcast luisteren over lezen van actief leren lezen.

In deze podcast praat ik met Carlijn Pereira. Zij is beleidsadviseur bij de Taalunie en secretaris van de Taalraad Begrijpend Lezen. Met haar heb ik het onder andere over de kenmerken van effectief leesonderwijs. En verder vertelt groepsleerkracht taalcoordinator en leesspecialist helen Reichard in haar column over duurzaamheidslezen en waarom je niet vroeg genoeg kan beginnen met begrijpend lezen.

Carlijn, van harte welkom. Je bent vooral bezig met beleidsadvisering op gebied van taal. En nu klinken steeds vaker allerlei noodkreten: de basisschool moet terug naar de basis. Hou je bezig met taal en rekenen, en stop met al die andere vormen van lesgeven zoals yoga, seksuele hervorming. Dat moet jou toch als muziek in de oren klinken?

Op zich ben ik inderdaad een voorstander van een hele stevige taal- en rekenbasis. En als dat op orde is kunnen scholen natuurlijk daarnaast allerlei dingen doen die ze zelf van belang vinden voor hun leerlingen en die passen bij de signatuur van de school. 

Heel veel leerlingen worden momenteel afgeleverd die niet kunnen lezen en schrijven. Waar hebben we een kans gemist?

Ik ben als beleidsmedewerker werkzaam voor de taalunie en heb in dat kader heel nauw mogen samenwerken met de taalraad begrijpend lezen. Dat waren 14 experts uit Nederland en uit Vlaanderen en zij hebben samen nagedacht over het probleem en zij zijn tot de conclusie gekomen dat er heel veel bekend is over wat werkt in het leesonderwijs maar dat als die verschillende aspecten nooit in samenhang door scholen en hun leesnetwerk zijn opgepakt. Dus er wordt ofwel een leuk leesprojectje gedaan, ofwel er wordt aan professionalisering gedaan, misschien in een paar effectieve vakdidactieken voor lezen. Maar het lezen is een heel complexe competentie en daar heeft heel veel aspecten waar tegelijkertijd aandacht aan zou moeten besteed. En dat is volgens die taalraad het belangrijkste.

Wat zal er gedaan moeten worden? We dreigen op achterstand te komen omdat we onze kinderen niet op een goede manier leren lezen en schrijven.

Nou, wat de taalraad zegt: die heeft 5 kernthema’s geformuleerd voor effectief onderwijs in begrijpend lezen. Daarmee is het heel erg van belang dat begrijpend lezen niet op zichzelf staat. Je kunt niet iets begrijpen als je niet vloeiend kan lezen en ook niet als je geen motivatie hebt om een tekst te lezen om de een of andere reden. Het is een samenspel tussen technisch lezen, vloeiend lezen, leesbegrip, leesmotivatie en ook het leesgedrag van leerlingen.

Kun je die 5 punten benoemen?

De vijf punten zijn

  1. Werk vanuit urgentiebesef. Dat betekent zowel het belang van lezen voor leerlingen als het belang van de leraar bij het leren lezen van de leerling.
  2. Werk vanuit een taal-leesbeleid. Dat gaat een gedragen door het team, gedragen beleid dat past bij de school.
  3. Werk met effectieve vakdidactiek. Er is heel vele onderzoek gedaan naar wat werkt en maak daar gebruik van.
  4. Werk expliciet aan leesmotivatie. Richt fijne leegplekken in op de school, zorg voor een mooi gevarieerd aanbod van fictie en non-fictie.
  5. De moeilijkste voor leraren: geef leerlingen formatieve feedback op hun leesontwikkeling. Monitor de leesontwikkeling van leerlingen en praat daar met hen over en ook met hun ouders.

Dat klinkt als muziek in de oren, als je dat zo doet. Maar het gebeurt niet. Wat moet er gebeuren? Dit klinkt als heel veel tijd en moeite, en dan heb je het dan alleen maar over lezen. Hoeveel uur per week moet je aan een kind besteden om deze vijf punten uit te kunnen voeren?

Het zal inderdaad flink wat tijd kosten en het mag niet ten koste gaan van andere dingen. Uit onderzoek is gebleken dat juist die transfer zo belangrijk is naar andere vakken want je leest niet alleen tijdens het uurtje begrijpend lezen of het kwartiertje vrij lezen. Je leest bij alle vakken. En al die momenten kun je aangrijpen als een moment om leesinstructie te geven. Dus niet alleen bij het lesje lezen, maar ook bij wereldoriëntatie, zelfs bij muziek, bij alles. Als je projecten doet op school, dus er zijn heel veel momenten waarop je leesinstructie kunt geven en je kinderen verder kunt brengen met lezen. Dus het kost tijd, omdat je er met je team aan moet werken maar er zijn ook heel veel kansen.

Hoe zorg je ervoor ervoor dat dit op alle scholen gebeurt? Is het handig om daar een soort centrale regie op te houden? Of zeg je van nou, dat is voor iedere school om zelf te bepalen, waarbij je natuurlijk gelijk ook de willekeur introduceert.

In Nederland hebben we kerndoelen en daarin is dit opgenomen. Dus er zijn doelen waaraan een school moet voldoen. Dus in zekere zin is het opdracht van scholen om kinderen goed te leren lezen. 

Maar de cijfers wijzen iets anders uit. Want de inspectie roept dit, die luidt de noodklok.

De inspectie heeft de noodklok geluid en ik denk persoonlijk dat daar ook een beetje een framing heeft plaatsgevonden want wat de inspectie zegt in het rapport De Staat van het Onderwijs, het citaat dat daarin is gebruikt is afkomstig uit PISA. Dat gaat over een heel specifieke groep leerlingen in het voortgezet onderwijs voor wie dit echt aan de orde is, namelijk vmbo-leerlingen, kinderen met een anderstalige achtergrond, kinderen met een lagere sociaal economische achtergrond… Dat is een heel erg problematische doelgroep die inderdaad zou ik zeggen die echt nu prioriteit mogen krijgen, waarvan de urgentie wel aan alle kanten mag worden aangegeven en dat daar extra aandacht voor mag komen. Maar in het basisonderwijs werken al heel veel scholen best wel goed, alleen is er zoveel meer winst te halen. En kan dat dus, omdat heel veel scholen al aspecten doen van al die dingen die ik net noemde. Alleen ze zouden ze meer in samenhang met elkaar moeten verbinden.

Hoe zorg je dat dat goed bij elkaar komt? Wat is daarvoor nodig?

In zekere zin wordt het steeds meer gemeengoed. Ik denk: dat wat de Taalunie  nu doet is wat ik noem zendelingenwerk. We hebben een heel groot netwerk van lerarenopleiders, onderzoekers, al die mensen die kennen dit verhaal, die hebben dit verhaal samen met ons gemaakt. En die dragen dat ook uit. En daardoor komt het ook steeds meer in de vezels van de scholen en op die manier gebeurt dat echt. Verder hebben de ministers van onderwijs ook een leesoffensief uitgeroepen vorig jaar en wordt daar ook hard aan gewerkt en daarbij hebben ze vanuit de  overheid die urgentie al aangegeven: er moet hard aan lezen worden gewerkt en wordt er van alles in stelling gebracht om scholen te ondersteunen om dit zo goed mogelijk te doen. Ik denk dat dat een heel mooi signaal is van de ministers, dat ze zelf ook aangeven van: wij kiezen ook voor die aandacht voor die basisvaardigheden in het onderwijs. En dat leesoffensief.

Wat is het appél aan de basisscholen die nu naar deze uitzending luisteren? Heb je een oproep? Je hebt een aantal punten genoemd, maar heb je nog een aantal praktische tips om dit praktisch handen en voeten te geven? 

Ja, start ook met dat taal-leesbeleid en breng de beginsituatie van je school in kaart op al die punten die ik daarnet noemde. Wat doen we aan leesmotivatie met de kinderen, is er een doorlopende leeslijn, welke leerkrachten in het team hebben hart voor lezen, vinden het echt leuk en weten veel van kinderboeken? Ga vanuit die beginsituatie met elkaar een visie formuleren en doelen en acties op lange en middellange en korte termijn formuleren en neem daarbij alles in ogenschouw. En probeer ook af en toe doelen bij te stellen als het misschien niet lukt of als je iets sneller behaalt dan je denkt. En vier dat ook met elkaar, maak er een succes van. Werk samen met heel veel verschillende partners: bibliotheek, ouders… Betrek leerlingen er ook zelf bij. Wat zouden jullie leuk vinden voor een leesproject op school, vinden jullie het leuk als we een kinderboekenschrijver uitnodigen, missen jullie bepaalde boeken in de bibliotheek? Dus ik zou als je gewoon goed bij het begin beginnen en een stevige basis neerleggen binnen de school zou mijn aanbeveling zijn.

En als er nu mensen uit het onderwijs zijn die zeggen: dat klinkt goed, ik wil er eigenlijk morgen in de klas mee aan de slag, kunnen ze dan ergens nog een hulpvraag stellen om dit handen en voeten te kunnen geven? 

Dat kan zeker. Ik zou zeggen bij hun eigen leesnetwerk, of bij de lerarenopleiding in de buurt, bij de bibliotheek, bij de culturele instellingen in de omgeving, ouders die wellicht in dat enorm breed netwerk dat je hebt in kapitaal in ouders. Ik zou daar starten. Maar elke school heeft natuurlijk ook zijn vaste begeleidingspartners in wie ze vertrouwen hebben en die ze kunnen helpen.

Komt het goed en wordt lezen weer leuk?

Het komt zeker goed en lezen was altijd al heel erg leuk.

Dus het blijft leuk en het wordt weer leuk?

Ja, dat denk ik wel.

Daar heb ik alle vertrouwen in.

Bedankt voor de toelichting.

Graag gedaan