Samen lezen in de klas – Over Jesper en de dappere pony

Wat kan ik me ieder schooljaar weer verwonderen over het speciale proces dat leren lezen heet. Hoe elk kind in zijn of haar eigen tempo leert dat er tekentjes zijn die namen hebben en dat die tekentjes samen woorden vormen. Dat deze woorden samen zinnen zijn en dat deze zinnen een heel nieuwe wereld voor je openen. En hoewel leren lezen iets persoonlijks is, is het tegelijkertijd een sociaal proces. Samen leer je meer en beter.

Daarom staat er iedere dag een kwartier maatjes-lezen op het rooster. Elk duo heeft een fijn ontspannen plekje in de klas. Dat kan op een kussentje onder het bureau van de juf zijn of een grote poef waar je met gemak met zijn tweeën in kunt ploffen. Tijdens het maatjes-lezen loop ik rond om een stukje mee te luisteren, kinderen feedback te geven op wat ze kunnen lezen en ook voor te doen en te vertellen wat er van je wordt verwacht op het moment dat je juist niet leest.

De samenstelling van deze maatjes wissel ik per maand af. Soms hebben de lees-maatjes bewust hetzelfde leesniveau, soms koppel ik juist een wat vlottere lezer aan een lezer van het leesproces wat langzamer verloopt. Soms vorm ik lees-maatjes waarvan ik weet dat ze van dezelfde soorten boeken houden en soms juist van kinderen met totaal verschillende leesvoorkeuren.

lekker samen lezen op de zitzak Actief Leren Lezen

En zo kwam het dat Jill Jesper wees op het knalroze paardenboek De Dappere Pony, waaraan hij zelf nooit een tel aandacht had geschonken. Jill kan zeer overtuigend zijn en had tegen Jesper gezegd: ‘Jij houdt toch zo van dieren? Nou dan!’ En dat was voldoende geweest om nu op twee kussentjes met de ruggen tegen de verwarming te lezen over pratende paarden en hun baasjes.

En hoe verder Jill en Jesper in het boek zijn, hoe enthousiaster Jesper wordt. ‘Juf! Weet je wat draf betekent en waarvoor een bitje is? En de paarden praten ook met elkaar in het boek. In het begin moest ik steeds nadenken: praten er nou een kind of een paard? Maar nu weet ik dat precies.’

Naast zelf lezen en maatjes-lezen lees ik ook iedere dag voor. Daarvoor mogen de kinderen steeds stemmen op een nieuw klassenboek. Ik selecteer zelf twee of drie boeken waarover ik iets vertel, maar de kinderen mogen zelf ook boeken aandragen waarop kan worden gestemd. We hebben afgesproken dat je alleen boeken mag voordragen waarvan je denkt dat dit voor alle kinderen in de klas een leuk boek kan zijn om naar te luisteren. En dit keer heeft Jesper een boekidee. ‘Juf, ik heb een boek waarvan ik denk dat het een leuk boek is voor iedereen: De Dappere Pony. Je leert er veel van, het is grappig en best spannend en alle kinderen houden van dieren toch?’ Ik hoor de overtuigende toon van Jill door zijn laatste opmerking heen. En ja hoor… Veruit de meeste stemmen gaan naar dit boek.

En nu wordt tijdens de lunch ook mijn woordenschat uitgebreid met begrippen als ‘doorzitten’ en ‘aanleunen’. En als ik rondkijk tijdens het voorlezen en ik zie het tevreden gezicht van Jesper, dat zijn boek wordt voorgelezen, en ik zie zijn beste vriend naast hem genieten van dit roze paardenboek, verwonder ik me stiekem weer even over het proces van leren lezen.
Een proces dat me iedere keer weer blijft verrassen.