Hieronder lees je het interview dat juf Helen in de podcast van Actief Leren Lezen naar aanleiding van haar column gaf over samen lezen in ‘haar’ groep drie.

Helen, dat duo-lezen en samen lezen, waarom is dat eigenlijk zo belangrijk?

Het is zo belangrijk omdat je gewoon ziet dat zien lezen doet lezen, en dat het ontzettend stimulerend werkt voor de kinderen. Het voordeel is bovendien dat de kinderen ook instructie en feedback van elkaar krijgen. Dus ze zijn allemaal echt hun kennis aan het verbreden, terwijl ik de lucht en de ruimte heb om rond te lopen en kinderen heel gericht feedback te geven op wat ik hoor en wat ik zie.

Is het beter dan zoals ik vroeger heb leren lezen: dan het zogenaamde stillezen?

Ja, omdat juist in groep 3 het ook heel belangrijk is om jezelf te horen lezen en om gelijk feedback te krijgen op wat je aan het doen bent. Als een kind stilleest en het leest bijvoorbeeld elke keer de ui als een eu, dan heb je daar geen enkele weet van als leerkracht. Maar op het moment dat een kind gelijk van een klasgenootje of van mij als leerkracht hoort: ‘hee, let even op, dit is een ui en niet een eu’ dan is dat soort directe feedback op het lezen ontzettend effectief.

Nou zitten die die roosters toch weer heel vol en jij pleit ervoor om minimaal toch een kwartier per dag tijd en ruimte voor voor samen lezen te reserveren. Hoe plan je dat in?

Je doel in groep 3 is natuurlijk dat alle kinderen lekker gaan lezen. Dus eigenlijk moet dat je eerste eis zijn voor wat je op je rooster zet. En als je een vast moment hebt, bijvoorbeeld na de lunch of meteen als de kinderen op school komen, dan wordt het ook een rustmoment, een baken voor de kinderen. Een herkenbare structuur waardoor ze ook echt tot diep lezen en tot lekker lezen komen.

En leren ze ook van elkaar?

Ja absoluut. En het leuke is: ik wissel regelmatig met dit type maatjes. Anders zou Jesper nooit een roze boek hebben gepakt, echt het klassieke meisjesboek: De Dappere Pony. En hij komt dan ook nog eens op het idee om dat voor te dragen als klassenboek. Ja dat was anders nooit gebeurd.
Het mooie is ook dat kinderen weer anders kijken. Ik had misschien gedacht: oké, Jesper die houdt heel erg van techniek en robots dus ik draag hem zo’n soort boek aan. En juist doordat hij nu gekoppeld was aan Jill heeft hij zelf het gevoel dat het ook zijn ontdekking is dat dit roze paardenboek eigenlijk toch wel heel erg interessant is. En dat was mij nooit gelukt als volwassene.

Dat zelf voorlezen van jou is natuurlijk ook belangrijk voor de kinderen want jij bent toch degene die dat goed kan, waar kinderen ook van kunnen leren.

Ja. En tegelijkertijd leer ik ze ook hoe je nou een boek uitkiest. Ik laat aan de kinderen drie kaften zien of drie boeken, en ik vertel heel kort waar het boek over gaat. Bijvoorbeeld: dit boek gaat over een grappige meester, of dit boek gaat over een professor. En ik stimuleer ze ook om te gaan kiezen van: ‘Waar ben ik nou het meest nieuwsgierig naar?’ en hen te prikkelen. En dan mogen alle kinderen een blinde stem uitbrengen. Dus de kinderen worden dan niet gestuurd door: dat kiest mijn vriendje of dat is al het populairste boek. Ze brengen hun stem anoniem uit en dat is echt zo’n moment met elkaar. Dan gaan we al die stemkaartjes lezen en dan komen we er samen achter van: dit wordt ons nieuwe klassenboek. En dat maakt het ook weer spannend, plus de kinderen smullen er echt van. Dan zeggen ze als we gaan eten: ‘Juf, je moet nog wel lezen!’ of ‘Doe je nog een hoofdstuk?’ Ja, dat is zo ontzettend waardevol voor het leren lezen.

Dat maatjes-lezen, houdt dat op bij de schooldeur of merk je ook dat leerlingen het lezen thuis voortzetten?

Ja zeker, want ik heb zelfs leerlingen die vragen: ‘Mag ik een boek van van school mee naar huis nemen zodat ik ook in het weekend of in de vakantie verder kan lezen?’ Zo heb ik een jongen en die heeft net ontdekt dat hij deels Italiaanse roots heeft. Dus dat hij Italiaanse familie heeft en dat zijn tweede naam Italiaans is. En ja, dat vond hij echt een hele interessante ontdekking. Hij wilde ook opeens ‘ciao’ zeggen ‘s ochtends. En  ik weet ook dat die jongen heel erg gek is op geschiedenis. Dus hij was weer een nieuw boek aan het uitkiezen en ik keek met een mee. En ik zei: ‘Nou, ik heb echt hét boek voor jou. Want het gaat over Romeinen en over Rome,  dat is de hoofdstad van Italië, dat weet je natuurlijk wel’. Nou, hij kon niet wachten om daarin te gaan lezen. Hij had helemaal het gevoel: Dit is mijn boek. En hij zat er zó in dat hij op vrijdag vroeg van: ‘Juf, mag ik hem meenemen, want ik moet weten hoe dit verder gaat!’. Ja, dat is natuurlijk geweldig. Dan gaat het echt ook mee naar huis.

Je hebt ook contact met ouders. Stimuleer je dan ook bijvoorbeeld dat maatjes-lezen bij broertjes en zusjes of samen met vader of moeder?

Ja, ik heb bijvoorbeeld wel eens ook een een ouder van een kind dat moeilijk tot lezen kwam maar dat heel erg gek was op moppen geadviseerd  om het kind uit te nodigen om elke dag een mop te lezen en dan de grappigste mop aan papa te vertellen als het naar bed ging. Op die manier is het voor ouders heel duidelijk wat hun rol is en het stimuleert ook heel erg, dat als jij een mop leest je hem daarna ook aan iemand mag voorlezen. Dat maakt het des te interessanter.

Jij spreekt met ieder kind af: jij komt het schooljaar hier binnen en het eind van schooljaar dan ben je in staat om te lezen. Lukt dat, begrijpen ze dat?

Ja. Het mooie is natuurlijk dat je heel erg inspeelt op dat zelfvertrouwen van: we gaan het gewoon doen zijn allen. Iedereen kan gewoon straks lezen. Het is iets natuurlijks. Dat gaat gewoon gebeuren. Want kinderen moeten dit niet gaan zien als een hele hoge berg of een heel moeilijk proces wat hen misschien niet gaat lukken. Dus ik steek altijd heel erg in op dat zelfvertrouwen en ook op eigenaarschap.
Maar ook tegelijkertijd dat het een proces is wat we samen als groep gaan doen. Dus dat we elkaar daar ook bij helpen. En je ziet ook dat kinderen die juist wat sneller gaan in het leesproces ook ontzettend veel leren door een kind te coachen te begeleiden bij wie het misschien wat moeizamer gaat. Dus het is ook iets van elkaar, met elkaar.

Lezen moet ook vooral leuk zijn. Maar er zit ook soms wel wat automatiseren bij. Er zijn wat corvee-onderdelen natuurlijk. Verhoogt dat de kwaliteit van het onderwijs uiteindelijk toch? Dat het de som der delen wordt?

Ja, want het heeft elkaar nodig. Lezen wordt leuker als je goed kunt lezen. En op het moment dat jij nog moeite heb met twee-teken klanken, zoals een oe of een ie of een ei, of je verwisselt een ei en een ie, dan is het toch heel belangrijk dat je dat ook automatiseert en blijft herhalen en blijft aanbieden. En dat klinkt dan misschien snel een beetje ouderwets of ‘Is dat wel leuk?’ maar je hebt dat nou eenmaal nodig om goed tot lezen te komen. Het is niet vrijblijvend.

Uiteindelijk moet je toch een soort testje doen om te zien op welk niveau de kinderen zitten. Dat blijft natuurlijk wel belangrijk.

Jazeker, maar het mooiste is als je het ook inzichtelijk maakt naar de kinderen toe. Dat je ook uitlegt: ik wil gewoon nu even zien waar je nog instructie bij nodig hebt, hoe het ervoor staat, hoe ik jou kan helpen. Dus het toetsen moet wel een meerwaarde hebben, zodat jij de kinderen in jouw groep beter kan bedienen en ze beter kan geven wat ze nodig hebben qua instructie.
Ik geloof niet in toetsen om het toetsen. Maar toetsen zijn natuurlijk wel zinvol om even weer het overzicht te hebben van: waar staat mijn groep en wat hebben ze nu van mij nodig.

Ik wil afsluiten met een leestip. Je noemde het boek De Dappere Pony, die ga ik zeker lezen. Heb je nog een ander boek waar je van zegt: ik zie dat kinderen dat goed oppakken, ermee aan de slag gaan en het lezen ervan leuk vinden?

Waar de kinderen echt van smullen zijn de toneellees-boekjes van de Lees Lees Lees serie van Kluitman. Er staat steeds een plaatje van een jongetje of een meisje, dan een dubbele punt, en daarna de tekst van het personage erachter. Dan ontstaat er een soort gesprek. Ja, daar smullen ze van. Dat boek is eigenlijk altijd bezet. Die Lees Lees Lees-serie, de toneellees-boekjes, ja dat zouden mijn kinderen ook adviseren denk ik.

Waar gaat je volgende column over?

Mijn volgende column… Ja, dat is een heel goede vraag.
Nou, in ieder geval over boeken en over lezen en waarschijnlijk weer over een kind dat mij verwondert in de klas.

Ik kan niet wachten! Tot de volgende keer!

Dankjewel!