In dit betoog vertelt Martin Bootsma waarom een hiërarchische niveau-indeling in het leesonderwijs geen zoden aan de dijk zet. Volgens hem is het goed om je als leerkracht los te scheuren van de competentiemetingen. Hij moedigt leerkrachten aan om samen met hun leerlingen echt de wereld van boeken te betreden en de meetinstrumenten los te laten.

In het Nederlands voortgezet leesonderwijs wordt uitgegaan van zes oplopende niveaus. Het hoogste, dat op papier alleen is weggelegd voor havo en vwo’ers, is het academisch lezen. Het laagste niveau, het belevend lezen, wordt aan het basisonderwijs en de vmbo-brugklassen toebedeeld. Deze kunstmatige indeling veroorzaakt dat dezelfde (te lage) verwachtingen gesteld worden van compleet verschillende leerlingen. Bovendien blijft er voor het basisonderwijs weinig over, aldus Bootsma. Dat moet het doen met wat kruimeltjes. Hij schrijft: “De lat ligt zo laag, dat je er bijna over struikelt. Als je [in het basisonderwijs] een belevende lezer bent en je maakt de stap naar de onderbouw van het vo, dan liggen er in de bibliotheek boeken voor je klaar die je met gemak op de basisschool had kunnen lezen.”

De drang om in te delen sijpelt namelijk ook door in het basisonderwijs. Bootsma noemt als voorbeeld het promotieonderzoek van Gertrud Cornelissen. Zij heeft een prachtige methodiek ontwikkeld voor het basisonderwijs. Leerlingen lezen en bespreken daarin samen boeken, iets wat bewezen resultaat oplevert op het gebied van leesplezier en leesvaardigheid. Cornelissen koppelt hier echter ook vier dimensies van literaire competentie aan. Die zou je als leraar kunnen vaststellen, door de reacties van de leerlingen te verzamelen en vervolgens te inventariseren en rubriceren. Bootsma wijst die indeling af om de volgende reden:

 ‘De ellende is niet alleen het indelen in niveaus, maar wat mij betreft ook het meten en waarderen van die niveaus.’

Uit zijn ervaring blijkt dat hiërarchische indelingen en het verwachten van bepaalde competenties op basis van die indelingen weinig effectief is. Dat is een boodschap die Actief Leren Lezen natuurlijk volledig onderschrijft. Juist als je met je leerlingen het diepe in durft te gaan, gaan ze vooruit. Beperk je niet tot niveaus, maar durf ambitieus te zijn en motiveer je leerlingen om met je mee te gaan op de zoektocht.  Want zoals Bootsma zegt:

 ‘Goed onderwijs geven, kinderen actief betrekken bij het lezen van boeken en het maken van ‘leeskilometers’ werpt eenvoudige vruchten af.’

 

 

Martin Bootsma is medeoprichter, teamleider en leraar van de Alan Turingschool te Amsterdam. Sinds 2020 is hij partner van het Education Lab. Daarnaast schrijft hij over leesonderwijs, geeft hij lezingen en biedt hij scholen begeleiding bij curriculumontwerp.

Delen op social media