Welkom bij de podcast Luisteren Over Lezen van Actief Leren Lezen. We praten vandaag in deze podcast met Roel van Steensel. Hij is hoogleraar leesgedrag aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en werkt als universitair docent aan de Erasmus Universiteit.

We gaan het hebben over leesstrategieën. Zou je kort kunnen samenvatten wat leesstrategieën zijn en wat daar en wat daar de nut en noodzaak van is?

Kort gezegd zou je leesstrategieën kunnen omschrijven als instrumentjes die je inzet om je eigen leesproces, je begripsproces, te ondersteunen. Bij leesstrategieën moet je denken aan dingen als voorspellen wat er in de tekst gaat gebeuren, op basis van een titel, tussenkopjes of plaatjes. Of, als je een tekst aan het lezen bent, voor jezelf proberen samen te vatten wat er in die tekst voorbij komt of jezelf vragen stellen over de tekst.

Het risico van leesstrategieën is wel dat vaak ze gezien worden als een soort van trucjes. En eigenlijk kun je leesstrategieën beter beschouwen als een soort instrumentjes om je leesbegrip te ondersteunen. Dan moet ik denk ik nog een andere term noemen en dat is: metacognitie. Metacognitie en leesstrategieën zijn eigenlijk gerelateerd.

Metacognitie kun je omschrijven als het in de gaten houden en aansturen van je eigen leerproces en leesproces. Als je een tekst aan het lezen bent, houdt dat bijvoorbeeld in dat je van te voren nadenkt over: hoe ga ik die tekst aanpakken. Of als er een opdracht aan is gekoppeld: hoe ga ik die opdracht aanpakken. Metacognitie houdt ook in dat je, als je een tekst aan het lezen bent, in de gaten houdt of je alles wel begrijpt. En metacognitie houdt verder in dat je aan het eind van het lezen van een tekst of het doen van een leestaak of leesactiviteit evalueert en kijkt of je de tekst wel begrepen hebt, of je met je begrip van de tekst een opdracht kunt uitvoeren, of het allemaal wel goed is gegaan, of je plan op zijn pootjes terecht is gekomen. Daarbij kun je leesstrategieën beschouwen als instrumentjes, als denk-activiteiten om die metacognitie te ondersteunen.

Als ik dat mag projecteren op die kinderen in groep 3 en 4, hoe ziet dat er in de praktijk het meest effectief uit? Dus buiten het theoretisch model, hoe wordt het dan concreet?

Als kinderen in groep drie met een tekst aan de slag gaan, dan bevinden zij zich vooral in de fase dat zij ook nog technisch leren lezen. Dus die leesstrategieën worden pas iets later echt relevant als kinderen gaan proberen een tekst te begrijpen, een tekst te verwerken. Maar het zou al kunnen beginnen met: je krijgt een tekst. Een tekst heeft altijd een titel, heeft altijd kopjes. Bij de verschillende onderdelen van een tekst zitten altijd plaatjes. Probeer met kinderen eens het gesprek aan te gaan over de titel van een tekst, wat zou dit kunnen betekenen? Wat weet je al over die tekst? Wat weet je al over dat onderwerp? Zo kun je dat concreet maken.

Ging dat vroeger echt wezenlijk anders dan nu?

Ja, het gebruik van leesstrategieën  is zo’n beetje opgekomen in de jaren tachtig. Toen zijn onderzoekers gaan kijken van: wat doen goede lezers nu? Door bijvoorbeeld lezers hardop te laten denken terwijl ze met een leestaak aan de slag gingen. En op basis daarvan hebben ze achterhaald dat goede lezers altijd bewust bezig zijn met hun eigen begripsproces. En daarbij zetten ze, als dat nodig is, leesstrategieën in. En dat laatste is wel belangrijk want leesstrategieën zijn niet altijd nodig.

Goede lezers, worden die geboren of gemaakt?

Goede lezers worden voor een belangrijk deel gemaakt, ja. En ze lezen veel. Leesvaardigheid is echt een vaardigheid die je moet oefenen. Dus lezen is iets wat je vaak moet doen om beter te worden.

Dus goede lezers worden goede lezers omdat ze veel lezen. En omdat ze gestimuleerd worden op school om te lezen en om het ook leuk te vinden.

Om het leuk te vinden en om na te denken over teksten. Nadenken is eigenlijk iets waar je vroeg mee kunt beginnen. Dus ook als je je kinderen voorleest. Nog voor ze echt kunnen gaan lezen kun je je kinderen ook uitdagen om na te denken over een tekst, bijvoorbeeld door afleidingen te maken over het verhaal dat jullie aan het lezen zijn. In teksten blijft heel veel impliciet en dus niet alles wordt expliciet gemaakt. Veel informatie moet je afleiden. Dat is een belangrijke vaardigheid die je moet ontwikkelen om teksten echt tot op een diep niveau te kunnen verwerken.

Kinderen moeten ook gestimuleerd worden om te lezen, de zogenaamde leesmotivatie. En sommige kinderen hebben die motivatie niet van thuis uit meegekregen en vinden dat heel lastig om te doen. Zijn er nou trucs of werkwijzen het te bedenken of aan te geven waardoor je die motivatie ook kunt verhogen? Dat ze het ook leuk gaan vinden?

Ik denk dat het goed is om eerst in te gaan op de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid. Er is sprake van een soort positieve cyclus. Als je gemotiveerd bent om te lezen ga je meer lezen. Dan ga je het beter kunnen, krijg je meer vertrouwen in je eigen leesvaardigheid en word je weer meer gemotiveerd. Zo kom je in een soort van positieve cyclus terecht. Maar om in die positieve cyclus terecht te komen moet je wel over een zekere vaardigheid beschikken. Dat is wel een soort  ingangsvoorwaarde, zou je kunnen  zeggen.

Er zijn allerlei dingen die je als leerkracht kunt doen om de leesmotivatie te stimuleren. We hebben dit onderzocht door een heleboel studies op een rijtje te zetten waarbij was onderzocht aan welke knoppen leerkrachten nou eigenlijk kunnen draaien. Daarbij bleken een aantal dingen belangrijk. Eén van de dingen waarvan we weten dat die werkt is: een zekere mate van keuzevrijheid bieden aan leerlingen. Dus niet alle leerlingen hetzelfde boek laten lezen, maar ze daarin laten kiezen. Hen ook laten kiezen of laten meedenken over hoe je nou bijvoorbeeld de inhoud van een tekst verwerkt.

Er is nog iets anders dat heel belangrijk is, en dat is het zelfvertrouwen van de leerlingen. Er zijn zeker dingen die je kunt doen om het vertrouwen van leerlingen in hun eigen leesvaardigheid te stimuleren. Bijvoorbeeld door heel nauwgezet met leerlingen hun eigen ontwikkeling in de gaten te houden en ze daar ook feedback op te geven. Want als ze inzicht krijgen in hun eigen ontwikkeling en zien dat ze vooruit gaan en ook zien wat ze kunnen doen om vooruit te gaan, dan bouwt dat eigenlijk zelfvertrouwen. En ja, zo zijn er nog wel een aantal dingen die je kunt kunt doen.

In leesmotivatie is het sociale aspect ook belangrijk. We weten dat als je met leerlingen praat over teksten of leerlingen samen laat werken aan leestaken, daar ook een motiverende werking vanuit gaat. Dan kunnen leerlingen ook van elkaar leren hoe ze een tekst of een leestaak kunnen aanpakken. Dus dat zijn een aantal dingen die je kunt doen om leesmotivatie te bevorderen.

Een belangrijke die ik nog niet genoemd heb is: de interesse van leerlingen aanspreken. Het klinkt eigenlijk heel logisch. Op heel veel scholen wordt bijvoorbeeld gewerkt met vrij lezen. Leerlingen lezen dan een kwartiertje of een half uurtje per dag in een boek van eigen keuze. Maar niet voor alle leerlingen is het even gemakkelijk om het goede boek te kiezen. En als je niet het goede boek voor je hebt, dan maak je niet optimaal gebruik van die tijd om vrij te lezen. Dus leerlingen ondersteunen bij het kiezen van boeken, door proberen zicht te krijgen op hun interesses en daar dan de match met het juiste boek mee te maken, dat is ook iets waarvan we weten dat het werkt.

Het is zo dat sommige leerlingen die van de basisschool komen het lezen nog niet echt machtig zijn. Wat zou er moeten gebeuren om in ieder geval die motivatie, die energie en die zin in lezen toch nog meer onder de aandacht te brengen?

Lezen is best een complex proces. Daar heb je hoop kennis en vaardigheden voor nodig. En dat betekent eigenlijk ook dat het leesonderwijs zelf best complex is. Er zijn een heleboel dingen waar je aan moet denken bij goed leesonderwijs en die dingen moeten ook op elkaar afgestemd zijn. Als school moet je een goede visie hebben op wat leesonderwijs voor jouw school betekent en daar eigenlijk ook door het hele curriculum heen aan werken.

Een heel belangrijk aspect bij het begrijpen van teksten is bijvoorbeeld kennis en voorkennis. Als je geen voorkennis hebt, dan wordt het heel moeilijk om een tekst te begrijpen omdat je, als je de tekst aan het lezen bent, altijd informatie uit de tekst combineert met kennis die je al hebt. Dat betekent ook dat als je investeert in kennisontwikkeling dit het lezen ten goede zal komen. Het betekent eigenlijk ook dat je lezen niet los moet zien van de rest van het lesprogramma.

En daar spelen docenten, leraren, maar ook ouders en opvoeders, een belangrijke rol in, om te zorgen dat het kennisniveau iedere dag wordt aangevuld.

Ja, dat klopt. Dat kun je bijvoorbeeld doen door thematisch te werken, dus leerlingen allerlei soorten teksten rondom een bepaald thema te laten lezen. Dan bouwen zij kennis op en dat helpt hen bij het verwerken van die teksten. Er zit ook een motiverend aspect aan, want als je kennis opbouwt dan ga je je ook steeds meer expert voelen over dat thema. Dus we weten dat thematisch werken goed werkt om die kennis op te bouwen en daardoor ook het lezen zelf te bevorderen.

Heeft u nog een gouden tip voor de scholen die iedere dag bezig zijn om ervoor te zorgen dat kinderen leren lezen?

Eén van de belangrijke dingen waar wij nu ook én met onderzoekers én met de professionals uit de praktijk over aan het nadenken zijn is: hoe zorg je als school dat je een integrale visie op dat leesonderwijs krijgt en dat je niet alleen met strategieën bezig gaat, of alleen met leesmotivatie, of dat allemaal in aparte hokjes plaatst. Ik denk dat de beste tip voor scholen is: ga nadenken over een integrale visie op leesonderwijs, waarin al die elementen die belangrijk zijn met elkaar in verband worden gebracht. Het klink misschien een beetje abstract maar ik denk dat dat wel een belangrijke opdracht is en een aanpak waarvan we weten dat het in de praktijk werkt.

Als scholen worstelen met het ontwikkelen van een leesvisie, kunnen ze daar dan hulp bij krijgen?

Jazeker. Om heel concreet te worden: we hebben sinds een jaar een Kennistafel Effectief Leesonderwijs waarin we samenwerken met onderzoekers en praktijkprofessionals, leraren, schoolleiders en bestuurders. En in die Kennistafel hebben we de integrale visie op het leesonderwijs vormgegeven. Ik wil dan ook graag een beetje reclame maken voor deze Kennistafel. We willen daarmee graag met scholen aan de slag.

Maar belangrijkste blijft dat onderwijzers, leraren, ouders en kinderen actief blijven leren lezen. Dat is de kern.

Dat is de kern.

Dank voor dit gesprek.

Graag gedaan.