Welkom bij de podcast ‘Luisteren Over Lezen’ van Actief Leren Lezen. Mijn naam is Dick van Gooswilligen. In deze podcast praat ik met Geke van Velzen, directeur-bestuurder van de Stichting Lezen & Schrijven. Met haar heb ik het onder andere over hoe belangrijk het primair onderwijs is bij het aanleren van basisvaardigheden zoals lezen om laaggeletterdheid te voorkomen.

Geke, welkom in deze podcast. Laten we maar gelijk de koe bij de horens vatten zoals dat in goed Nederlands heet. Welke rol heeft nou dat basisonderwijs in het aanleren van basisvaardigheden als lezen en daarmee het voorkomen van laaggeletterdheid?

De basisschool, het primair onderwijs, legt natuurlijk gewoon het fundament. Niet alleen voor je houding ten opzichte van leren in het algemeen – ben je bijvoorbeeld bang om je nieuwe dingen eigen te maken of juist niet – maar natuurlijk ook echt gewoon als het gaat om het technisch lezen:  ben je in staat om gewoon snel een tekst te doorgronden. Daar begint natuurlijk toch mee alvorens je enthousiast kunt worden van literatuur of van lezen in algemene zin.

Dus je kunt natuurlijk zeggen: het primair onderwijs, daar begint het gewoon mee. En vanaf dat moment ben je eigenlijk aan het repareren als het daar niet goed is gegaan.

En hoe is het daarmee gesteld dan, even recht op de vrouw afvragend?

Het basisonderwijs in Nederland was altijd van heel erg hoog niveau. En we zien in de afgelopen decennia dat dat gewoon steeds een heel klein beetje afzwakt. En je kunt natuurlijk naar allerlei specifieke data gaan kijken, bijvoorbeeld gewoon naar het niveau van lezen: wat hebben 12-jarigen nou echt geleerd in de afgelopen hele basisschoolperiode. Maar gaat ook om schrijven, het gaat om rekenen. Dan zie je dat dat gewoon steeds een heel klein beetje terugloopt. Kijk je bijvoorbeeld naar lezen, dan gaat dat niet alleen over het aantal leerlingen dat uiteindelijk op het gewenste niveau – ze noemen dat het streefniveau – belandt, maar ook op het minimale niveau is dat eerlijk gezegd behoorlijk zuinig. Maar ook bij de excellente lezers zien we dat gewoon het aantal leerlingen dat excellent leest terugloopt.

Hoe komt dat, welke afslag hebben we gemist?

Heel veel verschillende factoren zijn daarop van invloed. Het er gaat enerzijds heel erg over dat we in een andere tijd leven, waarin er heel veel afleiding is van digitale mogelijkheden, een ontzettende informatiedichtheid waardoor het moeilijk is om kinderen echt tot diep lezen te brengen en aan langere teksten te krijgen. Maar het gaat ook over de manier waarop er bijvoorbeeld in de didactiek wordt omgegaan met lezen. Er zijn ook veel onderzoeken gedaan naar de manier waarop bijvoorbeeld het begrijpend lezen wordt aangeleerd. En er zijn sommige mensen die wel de vraag stellen of het niet teveel het teaching-to-the test is, te veel wordt onderwezen op datgene wat er ook wordt getoetst. Maar er zijn ook veel aanwijzingen dat bijvoorbeeld het enthousiasme voor lezen en de manier waarop lezen aandacht krijgt op de pabo’s, dus bij de leerkrachten in het basisonderwijs, ook echt wel te wensen overlaat. Het is een greep uit verschillende redenen waarom dat leesniveau op de basisschool achteruit gaat.

En hoe halen we dat dan terug?

Er zijn denk ik een heleboel knoppen om aan te draaien. We hebben als Stichting Lezen & Schrijven met een groot aantal organisaties samen, vanuit de leescoalitie, de noodklok geluid. W zeggen: het lezen is zo ontzettend belangrijk, daar moet echt wat aan gebeuren. En daar hebben we wel een aantal handreikingen gedaan. Ik zou ook echt niet durven zeggen dat ik daar precies het antwoord van weet. Ik weet wel heel veel over de gevolgen die het voor mensen individueel maar ook voor de samenleving op lange termijn heeft als we daar niet iets aan doen.

Maar om het toch iets over te zeggen: ik denk dat aandacht voor lezen op de pabo’s ongelooflijk belangrijk is. En ik denk ook dat het structureel investeren in basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen op de basisschool en het aantal uren dat daaraan besteed wordt en de kwaliteit van de manier waarop dat gedoceerd wordt echt omhoog moet.

We hebben natuurlijk nu het Nationaal Programma Onderwijs waarin er, naar jarenlang vragen, in één keer toch een ontzettende financiële injectie gedaan kan worden om bijvoorbeeld echt de kwaliteit van de basisvaardigheden omhoog te helpen. Maar is wel echt ontzettend belangrijk dat dit én structureel gebeurt én dat het niet een eenmalige investering is in een bepaald project.

Maar goed, we weten ook: er is wel echt heel veel zorg over het lerarentekort. Je kunt ook niet zomaar in één keer een heleboel nieuwe kwalitatieve docenten uit een blik trekken die veel meer weten van hoe je leesonderwijs op een goede manier aanpakt. Dus er zijn ook allerlei andere leesbevorderings-organisaties die daar wellicht een rol in kunnen spelen. En één van de dingen die we bijvoorbeeld vanuit de Leescoalitie geopperd hebben: dat de rol van het aanbieden van passende literatuur, bijvoorbeeld door een bibliotheek op school te hebben en ook echt te investeren, zodat leerlingen uiteindelijk echt de deur uitgaan met een boek dat bij ze past en dat dichtbij te organiseren, dat zou al iets zijn waar je wat mee kunt.

Maar wat ons betreft gaan het ook echt om gewoon een structurele investering. Dus zorg nou voor die goede leerkrachten. En zorg dat in het curriculum echt is opgenomen dat iedereen erkent dat basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen echt een voorwaarde zijn om je later in de samenleving te redden. Dus dat dat ook echt weer centraal zou moeten staan. Want als we dat dus niet doen krijgen een samenleving die eigenlijk gewoon niet meer vooruit kan en misschien dan wel zelfs voor een deel tot stilstand komt.

Volgens mij kan iedereen wel zien dat een goede taalvaardigheid hebben, ook als de samenleving ontzettend digitaliseert, echt een voorwaarde is om je te redden. Je hebt gewoon een goede algemene kennis nodig, maar ook echt taalvaardigheid om je weg kunnen vinden in een steeds complexer wordende samenleving. Of het dan gaat om het lezen van formulieren of snappen hoe je een ov-chipkaart aan je fiets-abonnement linkt, of medicijnen-bijsluiters kunt lezen, dat vraagt om goede taalvaardigheid. Maar ook in een context van iets breders. Dat gaat dus over begrijpend lezen. Je ziet bijvoorbeeld dat in de laatste PISA-resultaten dat 24% van de 15-jarigen eigenlijk niet in staat is om de kern uit een brief te halen.

Je zegt: een organisatie die tot stilstand komt,  in ieder geval een samenleving die in de kenniseconomie waarin we leven echt wel vertraging op gaat lopen als je dat niet goed voor elkaar krijgt.

Ja. Dus er is een belangrijke taak weggelegd voor de groepsleerkrachten in het kader van de preventie en het voorkomen van laaggeletterdheid. En die moeten dus ook leerlingen stimuleren om lol te hebben in het lezen. Dat helpt natuurlijk enorm. Want het is toch ook een kwestie van kilometers maken.

Maar je ziet dat die die laaggeletterdheid op zoveel fronten uiteindelijk een rol speelt. Eén van de zorgen die wij bijvoorbeeld wel hebben is dat die laaggeletterdheid nog steeds echt heel vaak overgaat van ouder op kind. Iedereen weet dat ouderbetrokkenheid een ontzettend belangrijke factor is om succesvol te zijn op school. Laaggeletterde ouders hebben gewoon heel veel meer moeite om betrokkenheid te hebben bij school, te helpen met je huiswerk dan niet-laaggeletterde ouders. Als je wilt dat er gelijke kansen zijn en dat je je kinderen een succesvolle toekomst meegeeft dan zou je dat ook echt voor iedereen moeten willen.

En je zegt ook: het is niet de verantwoordelijkheid van ouders van leerlingen en van leerkrachten, maar eigenlijk van organisaties of van de samenleving in zijn totaliteit. Zouden bedrijven of organisaties die schriftelijk communiceren zich eigenlijk niet af toe achter de oren moeten krabben of het niet slagje makkelijker, eenvoudiger en toegankelijker zou kunnen?

Als Stichting Lezen & Schrijven vinden we dat iedereen mee moet kunnen doen, ook als je moeite hebt met lezen en schrijven. Er zijn natuurlijk ongelooflijk veel initiatieven om ook volwassenen te verleiden, ook op latere leeftijd. Om hen dat lezen en schrijven eigen te maken. En dat levert je gewoon als individu heel veel op. Dus dat willen we met stip op 1 stimuleren.

Maar je kunt je natuurlijk niet onttrekken aan het feit dat zo ongelooflijk veel organisaties en dienstverlening in de samenleving momenteel zo ongelooflijk ingewikkeld zijn geworden. Heel veel mensen vinden het lastig om het via Digi-D  belastingformulieren in te vullen. Die denken dan bij zichzelf: ‘Nou, ik ben hoogopgeleid. Ik vind mijn weg de nog wel in.’ Moet je voorstellen hoe dat is als je laaggeletterd bent. En dat is natuurlijk ook iets waar wij proberen op te wijzen, om die bewustwording over hoeveel mensen in Nederland er eigenlijk zijn die moeite hebben met de taal, om dat ook te gebruiken. Als je je zelf dit realiseert, bedenk dan dat 1 op die 9 volwassenen gewoon moeite heeft met de taal. Twee en een half miljoen mensen hè!  En dan rekenen we ook alle mensen mee die ouder zijn dan 65. Het zijn er 1,8 miljoen in de leeftijd van de beroepsbevolking, dus tussen de 18 en de 65. Dat is gewoon een gigantisch aantal. En als je je dan realiseert dat er zoveel dienstverlening alleen nog maar digitaal gaat, waar je moeilijk klantcontact kan krijgen of waar je moeilijk terecht kunt met een vraag, dan is dat inderdaad voor die hele grote groep laaggeletterden een ontzettende barrière om mee te kunnen doen. Dus dan wijzen wij daarop: zorg ervoor dat de ook laaggeletterden het begrijpen.

Jullie wijzen daar op. Wordt er ook naar jullie geluisterd?

Er wordt zeker naar ons geluisterd. Gelukkig maar. Het kan altijd meer natuurlijk. We hadden bijvoorbeeld rondom de corona-maatregelen er echt nadrukkelijk op gewezen dat die grote persconferenties die de minister-president gaf om uit te leggen wat wel en wat niet mag echt voor heel veel mensen niet te volgen zijn. En dan gaat het over moeilijke woorden, lange zinnen, maar ook het hoppen van het ene onderwerp naar het andere. Dus dan gaat het van onderwijs, wel of niet scholen open, naar gezondheid en cijfers, naar werkloosheid en regelingen… Uiteindelijk heeft dat er toe geleid dat de minister-president ook de persconferenties in eenvoudige taal mogelijk heeft gemaakt. En dat de website nu  veel een veel eenvoudiger structuur heeft, met ook heel veel animaties. Dit heeft ervoor gezorgd dat de website veel toegankelijker werd en het voor iedereen  veel gemakkelijker werd om te begrijpen wat die maatregelen zijn. Dus daar hebben ze wel goed naar ons geluisterd.

Zou je misschien ook nog meer in beelden moeten kunnen communiceren, dus dat je woord en beeld elkaar nog meer laat versterken? We zijn toch heel visueel ingesteld tegenwoordig. Of is dat vloeken in de kerk bij jullie?

Nee hoor,  wij vinden en dat je en-en moet doen. Ik denk dat de power die je het geeft als je in staat bent om jezelf te ontwikkelen en nieuwe dingen te leren, ook als je al volwassen bent, heel erg groot is. Want bij laaggeletterdheid speelt schaamte ook nog steeds een ontzettend rol. Dus voor ons staat die ‘verheffing’ heel hoog op de agenda.

Maar wij vinden natuurlijk ook dat je wel eerlijk moet zijn over dat de samenleving best wel ingewikkeld is. En daar kunnen dat soort hulpmiddelen zoals veel meer met beeld goed helpen. Of de vertaalfunctie op je telefoon bijvoorbeeld, dat is natuurlijk voor heel veel mensen fantastische manier om zich toch te redden.

En je kan misschien ook niet van iedereen verwachten dat je jezelf zo blijft leren en ontwikkelen, zeker als je al een enorme achterstand hebt opgelopen. Dat je dan toch echt aan alles mee kunt doen. En iedereen heeft misschien wel behoefte aan dat soort hulpmiddelen. Dus ik denk dat het meer gebruik van beeld en ook veel meer videobellen ook voor veel laaggeletterden een fantastische uitkomst is, maar je moet wel in de gelegenheid gesteld worden om dat te leren en dat ook bij jou binnen te laten komen.

Wat staat er op jullie verlanglijstje voor de komende jaren?

Nou, op ons verlanglijstje staat, in het kader waar we het hier over hebben, met stip op 1 dat er eigenlijk echt geen kind meer van school zou moeten mogen zonder voldoende taalvaardigheden. Een tweede is dat wij echt vinden dat er voor volwassenen altijd een plek moet zijn ergens in de buurt waar je aan slag kunt met je basisvaardigheden als lezen, schrijven, rekenen, maar tegenwoordig ook echt digitaliseren. En het derde is dat we zien dat er ontzettend veel geïnvesteerd wordt in en verwacht wordt van omscholing en bijscholing om sterker uit de crisis te komen. Want we hebben straks iedereen nodig op de arbeidsmarkt en dat wij vinden dat ook laagopgeleide, laaggeletterde mensen daar van mee zouden moeten kunnen profiteren. En dat ook basisvaardigheden bijvoorbeeld op de werkvloer veel meer aandacht zouden moeten krijgen.

En dan gaan jullie in helpen en faciliteren.

Ja, dat is absoluut onze rol. En wij zijn in alle arbeidsmarktregio’s over het hele land vertegenwoordigd. En we helpen gemeenten om de aanpak van laaggeletterdheid voor elkaar te krijgen. En het leuke – maar tegelijkertijd het moeilijke – van dat thema is dat én bedrijven én de overheid én werkgevers samen met de mensen zelf die die stap moeten zetten. En deze mensen moeten soms wel een beetje verleid worden of over de streep getrokken worden om die schaamte achter zich te laten. Al die partijen heb je nodig om vooruit te komen en daar heb je ook een lange adem voor nodig. En die hebben we gelukkig wel.

Maar dat komt uiteindelijk goed denk je?

Nou, ik denk ik dat er geen alternatief is. Dus wij blijven daar vrolijk mee doorgaan.
Ja, ik denk wel dat we echt stappen kunnen zetten omdat er volgens mij een heel breed gevoel is dat die kansongelijkheid – en lage geletterdheid speelt daar echt een enorme rol in – echt moet verbeteren omdat de kloof tussen mensen die wel en niet meekomen zo enorm is toegenomen.

En in laaggeletterdheid zie ik in ieder geval het mooie van een wenkend perspectief. Dat je altijd in staat bent om te leren en te ontwikkelen en daarmee toch stappen kunt zetten.